Onderbesteding West Maas en Waal
Samenvatting
De Rekenkamer Rivierenland heeft deelgenomen aan het landelijke DoeMee-onderzoek 2025: Onderbesteding van de Vereniging van Rekenkamers. Het onderzoek richt zich op de vraag waarom gemeenten regelmatig positieve jaarrekeningresultaten realiseren, terwijl bij de begroting vaak sprake is van financiële krapte en moeilijke keuzes.
Belangrijkste conclusie: overschotten in de jaarrekening ontstaan meestal niet door te ruim begroten. Wel door hogere inkomsten dan verwacht; vertraging in de uitvoering van plannen; beperkte uitvoeringscapaciteit. Doordat extra middelen van het Rijk pas in de loop van het jaar beschikbaar komen is er onvoldoende tijd om deze middelen nog in hetzelfde jaar te besteden.
Het beeld voor West Maas en Waal komt grotendeels overeen met dat van vergelijkbare kleine gemeenten (K80-gemeenten). Verklaring van verschillen tussen begroting en realisatie ligt met name in extra rijksmiddelen; vertragingen bij investeringen; onderbezetting van personeel en een groter beroep op externe inhuur.
Het onderzoek toont dat investeringen regelmatig later worden uitgevoerd dan gepland, zichtbaar in lagere afschrijvingslasten dan begroot. Ook kosten voor jeugdhulp vallen vaak structureel hoger uit dan geraamd, mede door het open-eindekarakter van deze regeling.
Voor de raad geldt: Om onnodig scherpe keuzes op basis van het financiële beeld te voorkomen is het advies: kritisch kijken naar uitvoerbaarheid van plannen; beschikbare personele capaciteit; raming van inkomsten en voortgang van projecten.
Centrale onderzoeksvraag
De centrale onderzoeksvraag van het landelijke DoeMee-onderzoek Onderbesteding luidt:
In hoeverre geeft de manier waarop gemeenten begroten voldoende inzicht in de verwachte baten en lasten, EN hoe kunnen structurele verschillen tussen begroting en jaarrekening worden verklaard en verminderd?
Voor de gemeente West Maas en Waal is specifiek onderzocht waardoor positieve jaarrekeningresultaten ontstaan, welke rol onderbesteding, extra rijksmiddelen, personele capaciteit en vertragingen in projecten daarbij spelen, en welke mogelijkheden de gemeenteraad heeft om beter te sturen op realistische begrotingen en uitvoerbare plannen.